
Sport- en Prestatiepsychologie
Een sportpsycholoog kan een sporter helpen door hem te leren een aantal mentale technieken in te zetten om de bovengenoemde factoren te beïnvloeden. Het doel van de begeleiding door een sportpsycholoog is om de sporter te leren om zijn mentale toestand continu optimaal te regelen. Voor wedstrijden wordt deze optimale mentale toestand wel de ideale prestatietoestand genoemd. Om de sporter beter te leren kennen en ook om hem meer inzicht te geven in zijn eigen persoonlijkheid kan een sportpsycholoog gebruik maken
van (sport-)psychologische vragenlijsten en tests.
-
Presteren kan complex zijn. Sport- en prestatiepsychologie is de tak van wetenschap, die de mentale aspecten van beweging bestudeert. Prestatiepsychologie kun je ook los zien van sport omdat psychologische aspecten van (leren) presteren ook van toepassing zijn op andere vormen van gedrag, waarbij (top) prestaties zijn vereist.
Presteren onder druk gaat over persoonlijke trekken als zelfvertrouwen, toewijding, focus en controle en in bredere zin over talentontwikkeling, teamperformance en leiderschap tijdens samenwerking. Zo kan kennis van de prestatiepsychologie dus niet alleen van waarde zijn bij het presteren in de sport maar ook bij het presteren in de muziek, het acteren en het spreken in het openbaar. De onderstaande uitwerking van Prestatiepsychologie is dan wel toegespitst op de sport maar in de kern is mijn visie wat dat betreft ook van toepassing op de genoemde andere terreinen.
In de eerste generatie sportpsychologische ondersteuning (die overigens nog erg gangbaar is) gaat het vaak slechts om het aanleren van mentale vaardigheden, waarbij men over het algemeen uitgaat van de gedachte dat deze aangeleerde vaardigheden zonder meer een transferwaarde hebben naar andere toepassingsgebieden in iemands leven, waaronder (top)sportprestaties. Bij mentale vaardigheden valt te denken aan o.a. ontspannings- en ademhalingsoefeningen, cognitieve technieken, zelfspraak, visualisatie, concentratie-oefeningen en autogene training. Over het algemeen wordt het accent vaak gelegd op attributie-, motivatie- en conditioneringtheorieën (positieve bekrachtiging e.d.). De zogenaamde tweede generatie sportpsychologie komt echter meer tot de kern van de sporter.
Visie op sportpsychologische ondersteuning
-
Sportpsychologische ondersteuning kan zich uitstrekken over verschillende aspecten:
algemeen psychologische of psychosociale ondersteuning ofwel klinische behandeling;
ondersteunen van de sporter: verhogen spelintensiteit (beleving) > vreugde > vergroten eigen prestatie (zenuwen verlammen immers);
ondersteunen van de coach: begeleiding / coaching op zijn verschillende rollen:
* Leider (congruentie en authenticiteit)
* Ind. vertrouwenspersoon (inhoudelijk en mentaal)
* Docent (doel, middelen, methodiek en didactiek)
* Teamcoach (probleemverheldering, nuancering en behandeling/aanpak (bidirectioneel);team- en organisatie-interventies: relatie tussen mij en de ander en het ‘ik’ als onderdeel van het team;
crisisinterventie (interviewen actoren / bestuderen werkprocessen en relaties /thema’s: visie, mentale veiligheid en communicatie, taakeisen, regelmogelijkheden en autonomie).
Naast de genoemde interventies en coachingsactiviteiten ten behoeve van bestaande actoren in een team of organisatie, is het mogelijk om onderzoek te doen naar toekomstige versterking dat team of die organisatie. Ook kan de sportpsycholoog de rol van vertrouwenspersoon binnen de organisatie op zich nemen.
-
Sporters en ook coaches moeten in het ‘nu’ opnieuw leren voelen, ervaren, spelen. Spel impliceert ook dat een en ander zich voltrekt vanuit de intrinsieke motivatie en dat er geen extern doel (prestatie, ‘Oranje’, status) aanwezig is. Vreugde en balans scheppen een creatieve kracht, waardoor het ware ‘ik ‘wordt gemanifesteerd: je maximale talent. Wanneer je probeert in het ‘nu’ te zijn, ervaar je slechts. Je beleeft het niet, je leeft het en dat is wat men noemt de ‘flow’. Tijd bestaat dan niet en welke sporter kent niet de gedachte: “Jammer, de wedstrijd is nu al klaar” of “ik had nog zoveel over, ik zit totaal niet stuk”.
In de eerste fase van sportpsychologische interventies is een vaststelling van de uitgangs-positie van belang. Daarvoor gebruiken we het assessment. Dat bestaat in dit geval uit:
persoonlijkheidsonderzoek (alleen met het onderzoeken van ook deze component heeft een assessment zin) door middel van test en interview;
meten van competenties;
onderzoek naar kwaliteiten, prestatiemotivatieniveau, copingstijl, interactiestijl;
observatie;
begeleidingsgesprekken/sportpsycho-educatie (omgaan met kritiek, stress, instructie, waarden, verzoeken en prestatie e.d.).
In de praktijk houdt al het voorgaande op individueel niveau in dat door intensieve interviews, observatie en begeleidingsgesprekken eerst aandacht zal worden besteed aan het vergroten van het introspectief (zelfinzichtgevend) vermogen. Pas daarna kan de juiste mentale vaardigheid worden aangeleerd. Dus wanneer men groeit naar een stabiele persoonlijkheid, en daarvan spreken we wanneer er balans is tussen ratio en gevoel, kan de stap worden gezet naar het aanleren van de mentale vaardigheden. Zowel groepsgewijs als ook individueel.
-
In persoonlijke mentale training gaat het over Mindfulness Based Cognitieve Interventies en algemeen cognitieve gedragsinterventies zoals exposureoefeningen, ontspannings-oefeningen, RET (rationeel emotieve therapie), visualiseren, mediteren, autogene training e.d.
-
Eerder schreef ik dat ook een team is opgebouwd uit een set van waarden, ideeën, ervaringen, drijfveren en emoties. En daar waar het individu of de speler zichzelf zal moeten regisseren, is dat bij een team de taak van de coach. Een speler zal zichzelf vanuit zijn kracht en talent moeten inzetten, een trainer of coach zal dat moeten doen bij zijn spelers. Dus hij zal zijn teamleden niet moeten benaderen als eenheidsworst. Ook zal hij de spelers onderling ervan moeten doordringen dat ze genuanceerd naar elkaar moeten leren kijken. Elkaars (psychische) sterkten en zwakten kennen en respecteren. Niet iedereen kan er tegen om tijdens een prestatie bij de les te worden ‘geblaft’.
Kenmerken van sportgroepsdynamica:
De coach is in contact met elke speler afzonderlijk maar ook met het team als een geheel.
Authenticiteit en congruentie van de club, sportbond, speler en coach zijn van belang.
De coach en de spelers beïnvloeden elkaar continue. Er moet sprake zijn van wederkerigheid.
Omgang is een bidirectioneel proces.
Groepsdynamica en z’n (inter)actie en communicatie speelt zich af op vijf niveaus.
Op deze niveaus kun je interveniëren:
inhoudsniveau: het wat en waarom;
procedureniveau: het hoe en waarom;
interactieniveau: wat gebeurt er tussen de deelnemers/actoren;
bestaansniveau: wat gebeurt er in ieders binnenwereld (ook die van de groep);
context: wat komt van buiten de groep naar binnen, dus ook alles wat geen onderdeel is van de groep maar wel aanwezig is in het proces (bijvoorbeeld de pers).
In de groepstrainingen, welke uit een drieluik bestaan, komen respectievelijk de volgende thema’s per trainingssessie aan bod:
wat ervaart men aan eigen en andermans gedrag, kwaliteiten, vaardigheden, karakterstructuur, ambitie, motivatie en communicerend vermogen;
vergroten van het inzicht in samenhang tussen Gebeurtenis-Gedachte-Gevoel-Gedrag (wat belemmert, wat niet). We spreken hier over karakter, (irrationele) denkstijl en interactiestijl (RET: rationeel emotieve therapie);
ervaringen, samenvatting en evaluatie: Ben ik veranderd na training 1 en 2? Wat doe en vind ik en wat doet het met mijn omgeving?