Wie wil winnen…

Het doel van de interventie is bewustwording van de taak van de ratio en díe van het hart. Daar waar anderen met behulp van cognitieve gedragstherapeutische interventies en vanuit algemeen psychologische kaders de rede nog meer zeggingskracht plachten te geven, gaat het er juist om de rede de mond te snoeren. Aangeleerde trucjes belasten de creatieve kracht. Dus gaat het erom om niet slechts de mentale oefeningen aan te leren teneinde vaardigheden te ontwikkelen, maar eerst het inzicht op de eigen persoonlijkheid te vergroten en bewustzijn te creëren (wie ben ik qua aanleg, talent, intuïtie, kwaliteit en kracht). Pas dan kan een sporter zelf tot keuzes komen ten behoeve van de prestatieverbetering (in zijn voorbereiding op de te leveren prestatie, maar tevens tijdens het leveren ervan). Hij is dan zelf verantwoordelijk vanuit het zicht op zichzelf. En zeker jonge sporters en beginnende coaches kennen zichzelf vaak verrassend slecht.

Let wel, tal van absolute toppers in de sport zijn van nature mentaal stabiel. Die laten zich niet afleiden door gedachten en intrusies en kennen niet of nauwelijks angsten. Zij vertrouwen op hun talenten en hebben het vermogen zichzelf niet te belasten met gepieker. Sporters die deze onverstoorbaarheid niet hebben, kunnen echter wel leren hun ratio uit te schakelen. Ze moeten dan wel inzien dat ze niet met welke door gedachten aangestuurde acties dan ook hun prestaties kunnen bijsturen. Ofwel hen moet geleerd worden om af te stappen van elke vorm van cognitieve zelfcoaching,  bijgeloof, ritmes, structuren en rituelen. Natuurlijk moet men wel met de gedachten stilstaan bij de noodzaak van goede rust en goede voeding e.d. En ook technisch en tactisch moet de sporter het goed voor elkaar hebben, maar de sporter zal al het mentale moeten aanvaarden en zich er niet tegen verzetten of in het hoofd aanhaken. Men moet niet bang zijn dat men faalt bij de dingen die men gewoon beheerst. Het talent is er immers, dat is men niet ineens kwijt. Daarom maakt een sportpsycholoog  een sporter of een team niet beter in absolute zin. Wel kan die ervoor zorgen dat belemmeringen die door de sporter(s) zelf of door externen worden opgeworpen of ervaren worden weggenomen, waardoor hij beter gaat functioneren.
 
Voorkom vermijding, ga confrontaties niet uit de weg. Onderzoek heeft uitgewezen dat geluk in het leven én de sport wordt bereikt als men risico’s aangaat. Het actief-zijn brengt geluk. Sporters moeten uit hun comfortzone komen en niet altijd op veilig spelen. Je moet als speler van je trainer en medespelers daarbij ook fouten mogen maken. Algemeen bekend is dat een veilige en te vertrouwen omgeving de juiste voorwaarden zijn voor een scheppend en prestatief, succesvol milieu. Deze voorwaarden zullen dus als gezegd moeten worden gecreëerd op het intrapsychische vlak (kent de sporter zichzelf wel) maar tevens op het externe vlak (in het team van begeleiders, coaches en indien aan de orde de medespelers, waarbij het van belang is om van en over elkaar te weten).
En zo vormt zich dus een vriendenteam van begeleiders en indien aan de orde van medespelers. En dat vertaalt zich naar de prestaties. Men mag volledig zichzelf zijn en hoeft dus geen rol te spelen. Van elkaar kunnen accepteren dat er fouten gemaakt worden is de kunst en de opmaat tot succes. En dat gaat dieper dan alleen maar met de mond belijden dat men elkaar aanvult of accepteert. Het gaat erom dat men zich volledig mentaal-emotioneel veilig kan voelen bij elkaar. Daar moet de coaching mede op gericht zijn. Niet alleen op de sportieve vaardigheid, de conditie en tactiek. Zo zal de coach dus aan meer moeten denken dan aan de wedstrijd alleen. Kortom:

Wie wil winnen, zal dus moeten leren daar zo min mogelijk aan te denken!

 

Vorige
Vorige

Leven vanuit het denken

Volgende
Volgende

Leven vanuit het hart